Spelregels

1. Telling

Game, Set, Match!

GAME

De puntentelling is als volgt: 15 – 30 – 40 – “game”   (“spel”).

Indien een speler bij de stand “40-40” een punt maakt, komt hij op “voordeel”. Maakt hij dan weer een punt, dan wint hij de game. Verliest hij op “voordeel” echter het punt, dan is het weer “gelijk”. *

Voorbeelden van standen: 15-0 ; 30-40 ; 30-15 ; etc. (Degene die serveert wordt als eerste genoemd).

SET

Een speler die het eerst 6 games wint, heeft de “set” gewonnen. Wel moet er een verschil zijn van twee games (behalve bij een tiebreak  6-6).

Voorbeelden van setstanden: 6-0 ; 6-4 ; 7-5 ; 6-3 ; etc.

MATCH

Een speler die het eerst 2 sets wint, heeft de wedstrijd gewonnen (“best of three”). **

Voorbeelden van uitslagen: 6-0, 6-0 ; 6-3, 6-2 ; 6-4, 5-7, 6-1 ; etc.

2. Verlies een punt

Een speler verliest een punt indien:

– hij twee keer achter elkaar een foutieve service slaat (“dubbelfout”);

– hij de bal twee keer laat stuiten voordat hij terug slaat (“tweemaal”);

– hij de bal in het net slaat (Als de bal via de netband in het goede speelveld komt: doorspelen);

– hij de bal direkt buiten het speelveld slaat (“uit”);

– hij geraakt wordt door de bal die in het spel is, ook al staat hij buiten het speelveld;

– hijzelf of zijn racket het net raakt, terwijl de bal in het spel is (“netfout”);

3. Service

Begin van het spel

– Voor de service moet de serveerder stil staan achter de baseline, tussen het middenmerk en de zijlijn.

(Voor het enkelspel de zijlijn van het enkelspelveld, voor het dubbelspel de zijlijn van het dubbelspelveld.)

– De serveerder mag tijdens de service niet met zijn voet de baseline of het speelveld raken (Dit mag pas als de bal geslagen, oftewel van het racket af is).

– Voor het eerste punt van een game wordt vanaf rechts geserveerd. De bal moet diagonaal in het servicevak aan de andere kant van het net. Vervolgens vanaf links enz.

– De serveerder mag niet serveren voordat de ontvanger klaar staat. Indien de ontvanger toch probeert terug te slaan wordt hij reglementair geacht klaar te staan.

– De bal moet geslagen worden voordat hij de grond raakt. Een onderhandse service is dus toegestaan.

– Bij een verkeerde opgooi is het toegestaan om de bal weer op te vangen of op de grond te laten stuiten.

– Een slagbeweging geldt als een service. Een misslag is dus een foutieve service.

– Een service moet over gedaan worden indien de bal via het net, de netband of de nettrekband in het goede servicevak komt.

– Indien een “eerste service” fout is, heeft een speler nog recht op een “tweede service”. Is deze ook fout dan verliest hij het punt

4. Wedstrijd spelen

Enkel spel of Dubbel spel

Enkelspel

Situatie: Speler A en B spelen tegen elkaar.

– Als A in de eerste game serveert, moet B in de tweede game serveren, A weer in de derde game, B weer in de vierde, etc.

– Bij iedere oneven stand (bv. 1-0, 3-2, 5-4, etc.) moet er gewisseld worden van speelhelft. (Bij iedere wissel mag gepauzeerd worden. Dit is ook het geval na afloop van een set. Bij de eerste wissel van de nieuwe set mag dan echter niet gepauzeerd worden.)


 

Vervolg dubbel spel

A blijft serveren totdat het game is. Zij partner B blijft dus een game lang bij het net. C en D zijn om de beurt ontvanger. De situaties 1 en 2 herhalen zich steeds totdat het game is.

In het voorbeeld staat C op rechts en D op links. Iedere keer als A of B gaat serveren moeten zij zo gaan staan. Pas na afloop van een set mag deze opstelling veranderd worden.

Dubbelspel

Situatie: Spelers A en B spelen tegen spelers C en D.

– Als partij A en B in de eerste game serveert, mogen A en B zelf bepalen wie gaat beginnen. Als A in de eerste game serveert, moet B in de derde game serveren, A in de vijfde, etc.

– Partij C en D serveert dus in de tweede game. C en D mogen zelf bepalen wie gaat beginnen. Als C in de tweede game serveert, moet D in de vierde game serveren, C in de zesde, etc.

– Deze volgorde van serveren mag pas veranderd worden als een set is afgelopen !

– Bij iedere oneven stand (bv. 1-0, 3-2, 5-4, etc.) moet er gewisseld worden van speelhelft. (Bij iedere wissel mag gepauzeerd worden. Dit is ook het geval na afloop van een set. Bij de eerste wissel van de nieuwe set mag dan echter niet gepauzeerd worden.)

De meest gebruikelijke (en taktisch de beste) posities zijn hieronder aangegeven:

pos_linkspos_rechts

Situatie 1: (het eerste punt van een game)

A is de serveerder, zijn partner staat bij het net. C is de ontvanger, zijn partner D staat op de servicelijn. De taak van D is om het veld te verdedigen voor het geval C naar B slaat. Slaat C naar A terug, dan moet D snel positie kiezen aan het net.

Situatie 2: (het tweede punt van een game)

A is de serveerder, zijn partner staat bij het net. Nu is D de ontvanger en staat C op de servicelijn om het veld te verdedigen t.o.v. B. Als D naar A terug slaat gaat C naar het net.

Tactiek enkel en dubbelspel

Speel een moeilijke bal vanuit de hoek, zovaak mogelijk cross (diagonaal)

Op deze manier staat u het kortste bij het middelpunt van de twee uiterste ballen die de tegenstander kan slaan. Bekijk de tekening;

“1” is de bal vanuit de hoek,
“2” zijn de twee uiterste ballen van de tegenstander,
“3” is het middelpunt waar je het veld het beste dekt.

Je ziet dat je bij de crossbal, sneller bij het middelpunt bent. Andere voordelen van de crossbal vanuit de hoek: cross slaan is makkelijker dan long-line, het net is lager in het midden, de balbaan is langer (je kunt meer risico nemen), de bal stuit naar buiten (tegenstander moet meer lopen), je hoeft dus minder te lopen om te herstellen. Iemand die cross verdedigt, hoeft minder te lopen dan iemand die dit long-line doet m.a.w.  degene die long-line speelt zal flink moeten rennen!!

hoek_lefthoek_right

Speel altijd met marge over het net

Veel mensen denken dat een bal strak en enkele centimeters over het net moet. Het tegendeel is echter waar. Speel een groundstroke (bal van achteruit) altijd met marge over het net, ongeveer een racketlengte tot een meter. Hierdoor speel je safe over het net, want een bal in het net is taboe in het tennis.

Zo krijgt de bal vanzelf diepte en dit is weer essentieel in het tennisspel, proberen de bal zo diep mogelijk te houden (achterin het veld). Probeer het maar eens uit, door alle ballen over de servicelijn te slaan en zo probeer je de bal steeds dieper te slaan. Dus: hoogte is diepte

Hoe speel ik het beste dubbel

Velen denken dat je de bal zover mogelijk naar buiten moet spelen en maar met een speler aan het net moet staan. Het tegendeel is echter waar. Probeer in een dubbelspel vanaf de achterlijn zoveel mogelijk naar het midden toe te slaan (hou de bal in het enkelspelveld) en probeer, waar mogelijk, met zijn tweeën het net op te zoeken.
beste_dubbel

Kijk naar de tekening. Wanneer je vanaf de achterlijn de zoveel mogelijk de bal naar het midden terugspeelt (1), voorkom je dat de tegenstander hoeken kan maken en bedreigend kan worden voor jou (2, bal gaat niet scherp naar buiten) en je netspeler (3, deze bal heeft de netspeler).

Let er wel op dat de andere netspeler er niet aankomt. Als je met zijn tweeën naar het net komt, zet je jou tegenstander onder druk en je kunt aan het net veel makkelijker scoren dan van achteruit. Wees nu niet meteen bang voor een lob, want daar kun je rekening mee houden.

 

 

 

Nog enkele tips;

– Kijk niet om als je bij het net staat. Is de bal voor je dan kijk je naar de bal en is de bal achter je dan hou je de andere netspeler in gaten.
– Kun je aan het net een bal afmaken, speel deze dan naar de voeten van de netspeler, kun je de bal alleen maar terugspelen, speel deze dan zo diep mogelijk terug naar achter.
– Probeer niet teveel te scoren door de bal steeds long-line langs de netspeler te slaan, dit is moeilijk en niet altijd de beste oplossing.
– Zet de sterkste speler “op links”, vanaf links heb je meer gamepunten (40-0, 40-30, voordeel, vanaf rechts alleen 40-15) en dus een goede speler nodig om deze punten te maken of te verdedigen.

Tien tactische basisprincipes

voor het enkel spel

1. Bouw het spel op,
2. Beperk de keuzes van je tegenstander,
3. Probeer je tegenstander enigszins onder druk te houden,
4. Sla een te scoren bal met overtuiging,
5. Herstel of verbeter steeds je positie,
6. Speel op het zwakke punt van je tegenstander,
7. Laat je tegenstander lopen,
8. Pak het initiatief met je service,
9. Speel percentage-tennis,
10. Streef naar vier kwaliteitselementen bij elke slag; – richting, – diepte – vaart of tempo en – rotatie/effect.

5. Wanneer verander je van tactiek?

Maar… let wel op de volgende punten; Tactiek is leuk, maar je moet jou gekozen tactiek wel technisch kunnen uitvoeren. Tactiek begint wanneer twee spelers om punten gaan spelen. En tactiek kan alleen maar worden gespeeld wanneer er rally’s worden gespeeld, dus hou de bal eerst in het spel. Op deze manier kom je snel achter de zwakke en sterke punten van je tegenstander
Je hoeft niet ieder punt te scoren, maar degene die de meeste punten wint wordt de winnaar. Dus degene die de minste fouten maakt, wint de wedstrijd!

Facebook